ECLI:NL:PHR:2011:BP2316
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad arrest over waardering onteigende grond en voorstrook bij onteigening in Venray
De zaak betreft een geschil over de waardering van onteigende onbebouwde grond en een voorstrook in Venray, waarbij de gemeente de gronden onteigende voor uitvoering van het bestemmingsplan 'Brabander'. De Rechtbank Roermond stelde de schadeloosstelling vast op basis van een deskundigenadvies, waarbij de waarde van de grond werd bepaald via de vergelijkingsmethode en de voorstrook werd gewaardeerd op 75% van de uitgifteprijs, exclusief btw. De rechtbank wees de door eiser ingebrachte transacties buiten Venray af en verwierp de stelling dat de voorstrook aan de Lavendelheide als voorstrook moest worden aangemerkt.
Eiser stelde in cassatie dat de waarderingsmethode onjuist was, dat de correctie op de voorstrook te hoog was, dat btw in de waardering moest worden meegenomen, dat de voorstrook aan de Lavendelheide wel als voorstrook moest worden erkend en dat een deel van het onteigende erf een meerwaarde vertegenwoordigde. Tevens betwistte eiser de wijze van rentevergoeding over het verschil tussen voorschot en uiteindelijke schadeloosstelling.
De Hoge Raad bevestigde dat de vergelijkingsmethode de voorkeur geniet boven de residuele methode indien voldoende vergelijkingstransacties beschikbaar zijn, maar dat de rechtbank de kritiek op de residuele methode inhoudelijk had moeten beoordelen. De correctie op de voorstrook werd geaccepteerd mede vanwege mogelijke gemeentelijke kostenverhaalsrechten. De btw werd terecht buiten beschouwing gelaten bij de waardering van de voorstrook, omdat in de onroerendgoedmarkt zowel btw-plichtigen als niet-plichtigen opereren en de prijs inclusief btw niet representatief is. De rechtbank had onjuiste rechtsopvattingen gegeven over de voorstrook aan de Lavendelheide en de waardering van het erf, waardoor motivering ontbrak. Ten aanzien van de rentevergoeding over het meerdere boven het voorschot oordeelde de Hoge Raad dat de wettelijke rente niet zonder meer gelijkgesteld kan worden aan het nadeel van gemis, en dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd waarom het rentepercentage was vastgesteld zoals gedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de waarderingsmethode met voorkeur voor vergelijkingsmethode, accepteert correctie op voorstrook, wijst btw in waardering af, en benadrukt dat rentevergoeding zorgvuldig moet worden gemotiveerd.