ECLI:NL:HR:2006:AU9722
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst tussen universiteit en beurspromovendi bevestigd door Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of tussen de Universiteit van Amsterdam (UvA) en beurspromovendi een arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:610 BW Pro bestond. Abvakabo c.s. vorderden dat dit werd erkend, terwijl de UvA dit betwistte. De kantonrechter wees de vordering af, maar de rechtbank verklaarde dat er wel sprake was van een arbeidsovereenkomst.
De Hoge Raad oordeelde dat het rechtsvermoeden van art. 7:610a BW, dat uitgaat van het bestaan van een arbeidsovereenkomst bij het verrichten van arbeid, niet door de UvA was weerlegd. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de beurspromovendi productieve arbeid verrichten ten behoeve van de UvA, en dat het stipendium als loon moest worden aangemerkt.
Verder werd geoordeeld dat het formele verschil in rechtsverhouding tussen beurspromovendi en AIO's niet uitsluit dat de beurspromovendi als werknemers kunnen worden beschouwd. De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling, waarbij ook het ontvankelijkheidsverweer van de UvA volgens art. 3:305a lid 2 BW betrokken moet worden.
Tot slot wees de Hoge Raad proceskostenveroordelingen toe aan Abvakabo c.s. in het principale beroep en bepaalde dat in het incidentele beroep geen proceskostenveroordeling wordt uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen de UvA en beurspromovendi en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling.