Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
arrest van 18 maart 2014
Logidex B.V.,
Stichting Naleving cao voor uitzendkrachten,
Verloop van het geding
Beoordeling in hoger beroep
caovoor Uitzendkrachten en artikel 1 lid Pro 3
caoSociaal Fonds voor de Uitzendbranche, waardoor zij onder de werkingssfeer van genoemde cao’s valt en daaraan gebonden is. Grief IA is gericht tegen het oordeel dat de onderhavige leerlingen arbeid verrichten in de relevante zin. Met grief IB valt Logidex het oordeel aan dat in casu is voldaan aan het vereiste dat sprake moet zijn van een door de derde verstrekte opdracht. Met grief IC klaagt Logidex erover dat de kantonrechter heeft miskend dat sprake is van overeenkomsten sui generis, die niet onder de toepasselijkheid van de onderhavige
cao’s vallen. Grief ID bevat de klacht dat de kantonrechter heeft miskend dat Logidex als ongebonden “werkgever” hoogstens aan de COA’s gebonden kan zijn indien en voor zover die algemeen verbindend verklaard zijn. Met grief II valt Logidex het oordeel van de kantonrechter aan dat in beginsel op Logidex de bewijslast rust en in ieder geval een verzwaarde stelplicht. De grieven lenen zich voor gezamenlijke behandeling.
Stages in het mbo” blijkt evenmin dat de opstellers van dat stuk van mening zijn dat de leerling die in het kader van een beroepspraktijkvormingsovereenkomst in een bedrijf werkt, geen arbeidsovereenkomst met het bedrijf kan hebben, integendeel: het stuk noemt uitdrukkelijk op p. 1 als één van de drie bestaande mogelijkheden dat de deelnemer (leerling, hof) werknemer is, in welk geval naast de praktijkovereenkomst sprake is van een arbeidsovereenkomst, en vermeldt bovendien:
Beslissing
- bekrachtigt het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter (rechtbank Rotterdam, sector kanton, locatie Rotterdam) van 11 november 2011 - verbeterd bij uitspraak van 26 oktober 2012 - voor zover in conventie gewezen;
- veroordeelt Logidex in de kosten van het geding in hoger beroep, aan de zijde van de Stichting tot op heden begroot op € 666,- aan verschotten en € 2.682,- aan salaris advocaat;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.