ECLI:NL:HR:2005:AS7054
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Toekenning gezamenlijk ouderlijk gezag aan niet-gehuwde vader ondanks verzet moeder
De zaak betreft een verzoek van de vader om het gezag over zijn erkende minderjarige kind te wijzigen, zodat hij het gezag uitsluitend of gezamenlijk met de moeder zou uitoefenen. De moeder verzette zich tegen dit verzoek. De kantonrechter wees het primaire verzoek van de vader af en stelde een omgangsregeling vast. Het hof verklaarde de vader niet-ontvankelijk in zijn subsidiaire verzoek tot gezamenlijk gezag, omdat dit volgens art. 1:252 BW Pro alleen op gezamenlijk verzoek van beide ouders kan worden toegekend.
De Hoge Raad stelde vast dat deze wettelijke regeling een ontoelaatbare beperking vormt van het recht van de vader op toegang tot de rechter en bescherming van zijn ouderlijke rechten zoals gewaarborgd in art. 6 en Pro 8 EVRM. De vader heeft als erkenner van het kind een familie- en gezinsleven met het kind en dient de mogelijkheid te hebben om zelfstandig gezamenlijk gezag te verzoeken.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak voor verdere behandeling naar een ander gerechtshof. Hiermee werd bevestigd dat het gezamenlijk gezag ook zonder instemming van de moeder kan worden aangevraagd, waarbij de belangen van moeder en kind in de procedure kunnen worden meegewogen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en stelt dat een niet-gehuwde vader gezamenlijk gezag kan aanvragen zonder instemming van de moeder.