ECLI:NL:GHARN:2005:AT9565
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Hooft Graafland
- Wesseling-Lubberink
- Van den Dungen
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid en afwijzing verzoek gezamenlijk gezag niet-gehuwde vader
In deze zaak verzocht een vader, die niet met de moeder gehuwd is geweest en het gezag niet gezamenlijk heeft uitgeoefend, om gezamenlijk gezag over zijn kind. Het hof oordeelde dat de vader ontvankelijk is in zijn verzoek, mede gelet op een recent arrest van de Hoge Raad dat het recht op toegang tot de rechter voor de vader bevestigt.
De beoordeling van het verzoek werd getoetst aan het criterium of gezamenlijk gezag in het belang van het kind is. Het hof constateerde dat de communicatie tussen ouders zeer gebrekkig is en dat bemiddeling geen resultaat heeft opgeleverd. Ook is er een conflict over een omgangsregeling, wat de situatie bemoeilijkt.
Gezien deze omstandigheden en de jonge leeftijd van het kind achtte het hof het niet wenselijk om gezamenlijk gezag op te leggen, omdat dit de relatie tussen moeder en kind en de totstandkoming van een omgangsregeling zou schaden. Het verzoek van de vader werd daarom afgewezen en het eenhoofdig gezag van de moeder gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek van de vader tot gezamenlijk gezag wordt afgewezen en het eenhoofdig gezag van de moeder wordt gehandhaafd.