ECLI:NL:GHARN:2006:AV3156
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van den Dungen
- Mens
- Van Loo
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gezag en omgangsregeling minderjarige na beëindiging relatie ouders
De zaak betreft een geschil tussen ouders over het gezamenlijk gezag en de omgangsregeling van hun minderjarige dochter na beëindiging van hun relatie. De vader verzocht de rechtbank om gezamenlijk gezag en een omgangsregeling waarbij de dochter meerdere dagen per week bij hem verblijft. De rechtbank kende gezamenlijk gezag toe en stelde een omgangsregeling vast waarbij de dochter van woensdagavond tot zaterdagavond bij de vader verbleef.
De moeder kwam in hoger beroep en verzocht om vernietiging van de beschikking en een aangepaste omgangsregeling waarbij de omgang beperkt zou worden tot een weekend per twee weken en de helft van de schoolvakanties en feestdagen. De moeder stelde dat de omgangsregeling nadelig was voor de ontwikkeling van de dochter en dat er communicatieproblemen waren tussen de ouders. De vader bestreed het hoger beroep en wilde de beschikking bekrachtigen.
Het hof oordeelde dat het verzoek tot gezamenlijk gezag door de vader terecht bij de rechtbank was ingediend en dat dit een kwestie van sectorcompetentie betrof. Het hof nam kennis van de standpunten van partijen en de Raad voor de Kinderbescherming, die bemiddeling aanbood vanwege communicatieproblemen. Het hof besloot de zaak aan te houden en de raad te verzoeken te bemiddelen, met een rapportage over de voortgang, waarna partijen konden aangeven of zij een vaststellingsovereenkomst wensen.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming te bemiddelen over gezag en omgangsregeling.