ECLI:NL:GHLEE:2003:AF3992
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Bloem
- Melssen
- Miltenburg
- Knijp
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over wijziging eenhoofdig gezag naar gezamenlijk gezag na wetswijziging
In deze zaak verzocht de vader om wijziging van het eenhoofdig gezag van de moeder naar gezamenlijk gezag over hun vier minderjarige kinderen. De rechtbank had hem niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek niet van beide ouders gezamenlijk afkomstig was, zoals vereist volgens artikel 1:253o BW.
Het hof oordeelt dat deze wettelijke eis van gezamenlijk verzoek in strijd is met artikel 8 EVRM Pro, dat het recht op eerbiediging van het familie- en gezinsleven beschermt. De eis belemmert dat een ouder alleen het gezag kan wijzigen, wat een ontoelaatbare inmenging vormt. Daarom wordt deze eis buiten toepassing gelaten en wordt vader ontvankelijk verklaard.
Het hof constateert dat de wetswijziging van 30 oktober 1997 een wijziging van omstandigheden vormt die een hernieuwde beoordeling van de gezagsregeling rechtvaardigt. Omdat onvoldoende informatie beschikbaar is over het belang van de kinderen bij gezamenlijk gezag en de effecten van de moeizame communicatie tussen ouders, draagt het hof de raad voor de kinderbescherming op een onderzoek uit te voeren en hierover te rapporteren.
De zaak wordt aangehouden tot de raad heeft gerapporteerd, waarna het hof opnieuw zal beslissen over de gezagsvoorziening.
Uitkomst: Vader wordt ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot gezamenlijk gezag en raad voor de kinderbescherming krijgt opdracht tot onderzoek.