ECLI:NL:HR:2006:AV0656
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Toekenning gezamenlijk gezag ongehuwde ouders en recht op toegang tot de rechter
In deze zaak verzocht een ongehuwde vader de kantonrechter om gezamenlijk gezag over zijn minderjarige kinderen toe te kennen, al dan niet samen met de moeder. De kantonrechter wees het verzoek toe, maar het hof verklaarde de vader niet-ontvankelijk in hoger beroep. De vader stelde cassatie in tegen deze beslissing.
De kern van het geschil betrof de uitleg van artikel 1:252 BW Pro, dat bepaalt dat gezamenlijk gezag alleen op gezamenlijk verzoek van beide ouders kan worden toegekend. De vader stelde dat deze bepaling zijn recht op toegang tot de rechter en zijn ouderlijke rechten, zoals gewaarborgd door het EVRM, onrechtvaardig beperkt.
De Hoge Raad bevestigde zijn eerdere uitspraak van 27 mei 2005 dat de vader ook zelfstandig om gezamenlijk gezag kan verzoeken en dat dit verzoek niet kan worden afgewezen op grond van niet-ontvankelijkheid. De Hoge Raad vernietigde daarom het vonnis van het hof en verwees de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing.
De uitspraak benadrukt het belang van de rechten van de vader onder het EVRM en verduidelijkt de interpretatie van de relevante bepalingen in het Burgerlijk Wetboek omtrent gezamenlijk gezag van ongehuwde ouders.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling.