Uitspraak
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord.
- De mondelinge behandeling, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.
3.De beoordeling
4.De uitspraak
- de eerste aanleg, en begroot die kosten aan de zijde van de VVE tot op de datum van het bestreden vonnis van 12 juni 2019 op € 101,89 aan dagvaardingskosten, op € 626,-- aan griffierecht en op € 1.377,00 aan salaris advocaat;
- het hoger beroep, en begroot die kosten aan de zijde van de VVE tot op heden op € 99,01 aan dagvaardingskosten, op € 741,00 aan griffierecht en op € 2.228,00 aan salaris advocaat voor het hoger beroep, en, en bepaalt dat de bedragen van de kosten van de eerste aanleg en het hoger beroep binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak moeten zijn voldaan, bij gebreke waarvan deze bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf het einde van voormelde termijn tot aan de dag der voldoening;