ECLI:NL:HR:2005:AM3206
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen niet-ontvankelijkverklaring teruggaaf omzetbelasting binnen wettelijke termijn
Belanghebbenden, Duitse eigenaren van een vakantiebungalow in Nederland, vroegen teruggaaf van omzetbelasting over het derde kwartaal van 1997. De Inspecteur kende een gedeeltelijke teruggaaf toe, waarna belanghebbenden bezwaar maakten tegen de beschikking. Dit bezwaar werd door de Inspecteur afgewezen en vervolgens vernietigde het Hof de uitspraak van de Inspecteur, maar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Belanghebbenden stelden dat de bezwaartermijn onredelijk kort was en dat het gemeenschapsrecht teruggaaf moest garanderen zonder termijnbeperking. De Hoge Raad oordeelde dat de zes weken durende bezwaartermijn niet zo kort is dat teruggaaf onmogelijk wordt gemaakt en dat het nationale recht en het gemeenschapsrecht dit niet verhinderen. Ook het argument dat de Wet niet correct de Zesde richtlijn implementeert faalde.
De Hoge Raad benadrukte dat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die het niet tijdig indienen van bezwaar rechtvaardigen. De mogelijkheid om bezwaar te maken en nadere termijnen te laten stellen werd benut. Het beroep van belanghebbenden werd ongegrond verklaard en er werden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.