ECLI:NL:HR:2004:AR4923
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van uitlevering in zaak hasjgebruik en invoer harddrugs
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam over de toelaatbaarheid van uitlevering van een persoon aan Noorwegen. De uitlevering is verzocht wegens onder meer invoer van grote hoeveelheden hasj, amfetamine en ecstasy, alsmede het bezit en gebruik van hasj.
De Hoge Raad oordeelt dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is voor zover het gericht is tegen het bevel tot gevangenhouding. De rechtbank had de uitlevering toelaatbaar verklaard voor de strafvervolging en tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf. Hoewel de rechtbank onterecht stelde dat de opgeëiste persoon niet veroordeeld was voor het gebruik van hasj, is dit niet relevant omdat het gebruik van hasj in Nederland strafbaar is als bezit, en de uitlevering ook toelaatbaar is op grond van accessoire uitlevering.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank terecht art. 47 Sr Pro niet als toepasselijke wetsbepaling heeft vermeld en dat de uitlevering voor de tenuitvoerlegging van de proceskosten niet toelaatbaar is. Het beroep wordt voor het overige verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de toelaatbaarheid van uitlevering voor invoer harddrugs en bezit hasj en verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk voor het bevel tot gevangenhouding.