ECLI:NL:HR:2003:AL3327
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitleveringsverzoek en toepasselijke wetsbepalingen volgens Uitleveringswet
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank te 's-Gravenhage die de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Republiek Frankrijk toelaatbaar heeft verklaard. De opgeëiste persoon betoogde dat de feiten onjuist waren gekwalificeerd in de uitleveringsuitspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat artikel 28, derde lid, van de Uitleveringswet niet vereist dat de kwalificatie van de feiten naar Nederlands recht in de uitleveringsuitspraak wordt vermeld, maar slechts dat de toepasselijke wetsbepalingen worden genoemd. Deze wetsbepalingen moeten gelden op het moment van de beslissing op het uitleveringsverzoek.
De Hoge Raad concludeert dat het middel ondeugdelijk is omdat het voorbijgaat aan een wetswijziging en dat er geen reden is om de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen. Het beroep wordt daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan Frankrijk blijft toelaatbaar verklaard.