ECLI:NL:GHSHE:2007:BA2467
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Groot-van Dijken
- Hofkes
- Giesen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dwangsombesluit en invordering dwangsommen ondanks geschil over bestemmingsplan
Appellant exploiteert sinds 1995 een onderhoudsbedrijf op een perceel met een bestemmingsplan dat het gebruik beperkt tot agrarische opslag en handel. De gemeente stelde vast dat appellant in strijd met het bestemmingsplan diverse objecten en bouwwerken op het terrein had geplaatst zonder vergunning. Na meerdere controles en een dwangsombesluit in 2002, waarin appellant werd gelast de overtredingen te beëindigen, volgde een dwangsom bij niet-naleving.
Appellant voerde meerdere bezwaren aan, waaronder dat het dwangbevel niet voldeed aan de vereisten van art. 230 Rv Pro, dat hij niet tijdig op de hoogte was gesteld van de invordering, en dat de vordering verjaard zou zijn. Ook stelde hij dat de overtredingen niet vaststonden en dat de dwangsommen door zijn V.O.F. en niet persoonlijk waren verbeurd. Het hof verwierp deze grieven, onder meer omdat een dwangbevel geen vonnis is en de vereisten van art. 230 Rv Pro niet gelden, en omdat de gemeente appellant tijdig en gedetailleerd had geïnformeerd.
Verder oordeelde het hof dat de formele rechtskracht van het dwangsombesluit niet wordt aangetast door latere wijzigingen in het bestemmingsplan of door een verzoek tot herziening van eerdere bestuursrechtelijke uitspraken. Het bewijs van de overtredingen was geleverd door gemeentelijke controleverslagen, die appellant niet gemotiveerd betwistte. Het hof matigde de dwangsommen met een bedrag van €759 wegens een landbouwvoertuig dat niet op appellant's terrein stond.
Uiteindelijk bekrachtigde het hof het vonnis van de rechtbank, verklaarde het verzet ongegrond behalve voor het genoemde bedrag, en veroordeelde appellant in de proceskosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt de invordering van dwangsommen met een matiging tot €14.647, met veroordeling in proceskosten.