ECLI:NL:PHR:2004:AR4503
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid cassatieberoepen tegen vonnissen plan van toedeling ruilverkaveling De Gouw
Deze zaak betreft de ontvankelijkheid van cassatieberoepen tegen twee vonnissen van de rechtbank Alkmaar over het plan van toedeling in de ruilverkaveling "De Gouw". Eisers brachten bezwaren in, die door de rechtbank grotendeels ongegrond werden verklaard. Na vonnis hebben eisers cassatie ingesteld met middelen die het appel- en cassatieverbod willen doorbreken.
De Hoge Raad overweegt dat tegen uitspraken over het plan van toedeling in beginsel alleen cassatie in het belang der wet openstaat. Uitzonderingen gelden slechts bij schending van fundamentele procesregels, zoals het beginsel van hoor en wederhoor. Eisers betogen dat de rechtbank een essentieel vormvoorschrift heeft geschonden door niet in te gaan op een verzoek tot heropening van het onderzoek en wijziging van eis, ingediend na bepaling van de uitspraakdatum.
De Hoge Raad oordeelt dat het late indienen van stukken en wijziging van eis in strijd is met goede procesorde en dat geen instemming van de wederpartij is gebleken. Ook is geen sprake van schending van fundamenteel procesbeginsel die het appelverbod doorbreekt. De rechtbank hoefde niet ambtshalve de procedurele correctheid van besluitvorming door de Landinrichtingscommissie te onderzoeken. Het bestuurs- of burgerlijk procesrecht is niet doorslaggevend, aangezien geen fundamentele procesregel is geschonden.
De Hoge Raad concludeert dat de cassatieberoepen niet-ontvankelijk zijn en de overige middelen niet aan de orde komen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de cassatieberoepen niet-ontvankelijk wegens het appelverbod en het ontbreken van schending van fundamenteel procesbeginsel.