ECLI:NL:HR:2003:AF7676
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vonnissen wegens onterecht weigeren pleidooi in arbeidsgeschil
De eiser trad op 1 april 1998 in dienst als financieel directeur bij de verweerster. In januari 1999 meldde hij zich ziek en hervatte zijn werkzaamheden niet. Hij vorderde ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens toerekenbaar tekortschieten van de verweerster en een schadevergoeding van ƒ 1.020.628,--. De Kantonrechter en de Rechtbank wezen deze vorderingen af.
In hoger beroep verzocht de eiser om pleidooi, maar dit verzoek werd door de rolrechter en griffier afgewezen. De Hoge Raad oordeelt dat het recht op pleidooi op grond van art. 144 Rv Pro in beginsel toekomt, zeker wanneer nog processtukken zijn ingediend na de memorie van grieven en antwoord. Weigering van pleidooi is slechts in zeer uitzonderlijke gevallen toegestaan, mits klemmende redenen worden aangevoerd of strijd met goede procesorde bestaat.
Aangezien de verweerster geen bezwaar maakte tegen het pleidoeiverzoek en de rolrechter geen gegronde redenen gaf, was de weigering onjuist. De Hoge Raad vernietigt daarom de vonnissen van de Rechtbank en verwijst de zaak naar het hof voor verdere behandeling en beslissing. De beslissing over de kosten in cassatie wordt gereserveerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vonnissen wegens onterecht weigeren van pleidooi en verwijst de zaak naar het hof.