ECLI:NL:GHAMS:2018:477
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing pleidooi en tussentijdse beslissingen
Imtraco heeft hoger beroep ingesteld tegen tussentijdse beslissingen van de rechtbank Amsterdam, waaronder de afwijzing van haar verzoek om pleidooi in een bevoegdheidsincident en de afwijzing van verzoeken tot aantekening in het rechtsmiddelenregister en verwijzing van de procedure naar de parkeerrol. Het hof heeft de zaken samengevoegd vanwege de inhoudelijke samenhang.
De rechtbank had het verzoek om pleidooi afgewezen wegens bezwaren van procesorde en onredelijke vertraging. Imtraco betoogde dat zij recht heeft op pleidooi en dat de afwijzing van het verzoek als eindvonnis moet worden aangemerkt, maar het hof oordeelde dat het om een tussenvonnis gaat waartegen hoger beroep slechts tegelijk met het eindvonnis kan worden ingesteld. Het verzoek om tussentijds hoger beroep werd door de rechtbank afgewezen en het hof ziet geen reden dit anders te beoordelen.
Ook de doorbrekingsjurisprudentie wordt niet toegepast omdat het appelmoment wordt geregeld door artikel 337 lid 2 Rv Pro en niet het appelrecht wordt uitgesloten. Imtraco kan in hoger beroep nog wel pleiten over de kwestie van bevoegdheid. Het hof verklaart Imtraco niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen de tussentijdse beslissingen en veroordeelt haar in de proceskosten van het hoger beroep. De proceskosten van het voegingsincident worden gecompenseerd.
Uitkomst: Imtraco wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek om pleidooi en andere tussentijdse beslissingen.