ECLI:NL:GHSGR:2010:BN4180
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om tweede pleidooi wegens onredelijke vertraging in civiele procedure
In deze civiele zaak bij het gerechtshof 's-Gravenhage hebben appellanten verzocht om een tweede pleidooi, omdat zij nog getuigen wilden horen en nieuwe bescheiden wilden inbrengen die relevant zouden zijn voor het bewijsthema. De zaak was reeds op 9 oktober 2009 bepleit en er was een bewijsopdracht geformuleerd. De enquête en contra-enquête waren gehouden en memorie na enquête en antwoordmemorie waren ingediend.
De wederpartij maakte bezwaar tegen het pleidooi-verzoek, stellende dat de procedure al jaren liep en dat het verzoek de zaak onredelijk zou vertragen. Het hof overwoog dat een enkele mondelinge toelichting in beginsel voldoende is conform art. 6 EVRM Pro. Bovendien had de advocaat van appellanten uitdrukkelijk afstand gedaan van het horen van een getuige die hij aanvankelijk wilde horen, en werden geen bijzondere redenen aangevoerd om alsnog getuigen te horen of nieuwe stukken in te brengen.
Het hof concludeerde dat het verzoek in strijd was met de eisen van een goede procesorde en dat er geen klemmende redenen waren om het toe te wijzen. Daarom wees het hof het verzoek af en verwees de zaak naar de rol voor het bepalen van een datum voor arrest. Het arrest werd uitgesproken door mr. M.C.M. van Dijk op 17 augustus 2010.
Uitkomst: Verzoek om tweede pleidooi wordt afgewezen wegens onredelijke vertraging en gebrek aan bijzondere redenen.