ECLI:NL:HR:2003:AF7103
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongegrondverklaring beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1996 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 21.455. Na bezwaar van belanghebbende handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad onderzocht de klachten die belanghebbende aanvoerde in cassatie. Klachten die na de termijn voor het indienen van het beroepschrift werden ingebracht, werden buiten behandeling gelaten. Klachten die feitelijke onderzoek vereisten, terwijl deze niet eerder aan het Hof waren voorgelegd, konden niet tot cassatie leiden. De overige klachten werden eveneens ongegrond verklaard, zonder nadere motivering, omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad besloot geen proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Hof gehandhaafd en wordt de aanslag bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1996 blijft gehandhaafd.