ECLI:NL:HR:2020:345
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelastingaanslagen
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake de aanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor de jaren 2005, 2007 en 2008. De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd en belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend met nieuwe gronden die buiten de termijn vallen.
De Hoge Raad heeft deze nieuwe gronden niet in behandeling genomen en de overige klachten van belanghebbende beoordeeld. De klachten waren onvoldoende om het hofarrest te vernietigen. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft geen proceskosten opgelegd en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is gewezen door de raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools en op 28 februari 2020 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het hofarrest blijft in stand.