ECLI:NL:HR:2019:1778
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen
Belanghebbende heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin het hoger beroep tegen navorderingsaanslagen en boetebeschikkingen voor de jaren 2005 tot en met 2009 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft het ingediende geschrift na het verstrijken van de termijn voor motivering niet in behandeling genomen en nieuwe gronden van cassatie buiten termijn genegeerd. De klachten van belanghebbende zijn inhoudelijk beoordeeld en geacht niet tot cassatie te kunnen leiden.
Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren in aanwezigheid van de griffier op 15 november 2019.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard zonder toewijzing van proceskosten.