ECLI:NL:HR:2003:AF3057
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over loonbetaling bij op non-actiefstelling ondanks verwijt aan werknemer
In deze zaak vordert eiser betaling van afsluitprovisie en loon over de periode waarin hij op non-actief is gesteld en arbeidsongeschikt was. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 juli 1997. De kantonrechter wees een deel van de vorderingen toe, maar verklaarde zich deels onbevoegd en verwees de zaak door naar de rechtbank. De rechtbank vernietigde een deel van het vonnis van de kantonrechter en wees de vordering tot provisie over de periode van 1 april 1996 tot en met 30 juni 1997 af.
De kern van het geschil betrof de vraag of de werkgever gehouden was tot loonbetaling tijdens de op non-actiefstelling, ook als deze op non-actiefstelling aan de werknemer zelf te wijten was. De rechtbank oordeelde dat de werkgever bij op non-actiefstelling het loon niet hoeft door te betalen als de werknemer de op non-actiefstelling aan zichzelf te wijten heeft.
De Hoge Raad stelt dat ingevolge artikel 7:628 lid 1 BW Pro de werkgever verplicht is het loon door te betalen indien de werknemer de arbeid niet verricht door een oorzaak die in redelijkheid voor rekening van de werkgever behoort te komen. Een op non-actiefstelling valt onder deze oorzaak, ook als de werknemer deze aan zichzelf te wijten is. Uitzondering is slechts mogelijk bij schriftelijke afwijking. De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de werkgever ook tijdens op non-actiefstelling verplicht is tot loonbetaling, ook als de op non-actiefstelling aan de werknemer zelf te wijten is, en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof.