Uitspraak
[appellante],
1.de vennootschap onder firma [VOF X],
[VOF X],
[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 1],
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerde 2],
[geïntimeerden],
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
hebben wij haar naar huis gestuurd en op non-actief gesteld”. Vervolgens wordt in de brief het telefoongesprek van zondag
hoe het met haar was en of ze het er mee eens was dat een samenwerking niet meer mogelijk was. Daar was ze het volledig mee eens! Ze heeft ook tegen [Y] gezegd dat ze niet meer terugkwam!”. Voorts merkt [geïntimeerde 1] nog op: “
Terwijl in diezelfde week van haar nonactiefstelling zij direct is gaan werken bij een andere kledingzaak genaamd [kledingwinkel] ook hier in [woonplaats 1]. Daarmee geeft zij ook aan dat een terugkomst hier bij ons [VOF X] / Lake side niet meer mogelijk is, (…) Het enige wat ik wil is dit op een nette manier oplossen.”.
Dat cliënte op grond van haar opleidingsverplichtingen elders een stageplek heeft gezocht doet daarbij niet ter zake. Er bestaat met u een arbeidsovereenkomst die vooralsnog niet is geëindigd en op grond waarvan u gehouden bent aan cliënte het aan haar toekomende salaris uit te keren.(….) Tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd bent u gehouden aan mijn cliënte het aan haar toekomende salaris voortvloeiende uit de arbeidsovereenkomst te betalen.”
4.De vordering en beoordeling in eerste aanleg
5.De beoordeling in hoger beroep
grief 1niet slaagt.