ECLI:NL:HR:2003:AF0218
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring in cassatie inzake alimentatie na echtscheiding
De vrouw verzocht de rechtbank Utrecht om echtscheiding en alimentatie voor haarzelf en twee kinderen. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en legde alimentatieverplichtingen op aan de man, die door de vrouw werden aangevochten in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam. Het hof vernietigde het eerdere vonnis deels en stelde nieuwe alimentatiebedragen vast. De man verzocht het hof om rectificatie van de beschikking, waarop het hof enkele herstelbeschikkingen uitvaardigde.
De man stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen een van deze herstelbeschikkingen. De vrouw verscheen niet in cassatie. De Advocaat-Generaal adviseerde de man niet-ontvankelijk te verklaren in zijn cassatieberoep, omdat het hof slechts een verbetering had aangebracht en tegen een dergelijke verbetering geen cassatieberoep openstaat volgens artikel 31 lid 4 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad volgde dit advies en verklaarde de man niet-ontvankelijk in zijn beroep. Hiermee werd bevestigd dat verbeteringen of weigeringen daarvan door het hof niet vatbaar zijn voor cassatie, tenzij sprake is van een essentieel verzuim, wat hier niet het geval was.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de man niet-ontvankelijk in zijn cassatieberoep tegen de herstelbeschikking van het hof.