ECLI:NL:PHR:2007:BB9665
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herstelbeschikking machtiging voortgezet verblijf wegens schending hoorplicht
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een herstelbeschikking van de rechtbank Rotterdam die de geldigheidsduur van een machtiging tot voortgezet verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis verlengde van 18 januari 2008 naar 15 februari 2008. Betrokkene en haar advocaat waren niet gehoord over deze wijziging. De rechtbank had de verbetering toegepast als herstel van een kennelijke misslag.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank de hoorplicht uit art. 31 lid 1 Rv Pro heeft geschonden door betrokkene niet te horen voorafgaand aan de verbetering. Ook is de wijziging van de geldigheidsduur niet aan te merken als een eenvoudige herstelbare kennelijke fout. Hierdoor kan het rechtsmiddelenverbod van art. 31 lid 4 Rv Pro worden doorbroken.
De verbeterde beschikking wordt vernietigd en de Hoge Raad verleent zelf de machtiging tot voortgezet verblijf voor de oorspronkelijke termijn tot uiterlijk 18 januari 2008. De overige klachten behoeven geen bespreking meer. De uitspraak benadrukt het belang van het beginsel van hoor en wederhoor, ook bij herstelbeslissingen in Bopz-procedures.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de herstelbeschikking en verleent de machtiging tot voortgezet verblijf voor de oorspronkelijke termijn tot uiterlijk 18 januari 2008.