ECLI:NL:PHR:2010:BM9435
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over wijziging en beëindiging alimentatieverplichting na scheiding
Partijen waren gehuwd van 1971 tot 1993 en sloten bij echtscheiding een alimentatieovereenkomst. In 2000 sloten zij een addendum waarin de alimentatie werd aangepast vanwege gewijzigde inkomenssituaties. De man verzocht in 2006 om vermindering of beëindiging van de alimentatie, onder meer op grond van gewijzigde omstandigheden en de Wet limitering alimentatie na scheiding (WLA).
De rechtbank stelde de alimentatiebedragen vast en oordeelde dat er sprake was van relevante wijzigingen in omstandigheden. Het hof vernietigde deels de rechtbankbeschikking en bepaalde dat de alimentatieplicht van de man doorloopt tot februari 2012, met mogelijke verlenging, mede gelet op de medische beperkingen van de vrouw en haar beperkte verdiencapaciteit.
De Hoge Raad oordeelde dat de vervaltermijn van artikel 1:403 BW Pro slechts van toepassing is indien alimentatie nog niet eerder is vastgesteld en dat de alimentatieplicht niet met terugwerkende kracht kan worden beperkt. Het hof had terecht geoordeeld dat de medische beperkingen van de vrouw en haar leeftijd meespelen bij de beoordeling van de redelijkheid van beëindiging. Tevens werd bevestigd dat het verzoek tot wijziging niet kon worden gebaseerd op omstandigheden die reeds in de overeenkomst waren verwerkt. Het hof mocht de alimentatieplicht verlengen tot de man 65 jaar werd, waarna de alimentatieplicht eindigt, met mogelijkheid tot verlenging.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en verwees de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij de alimentatieplicht werd vastgesteld tot 1 februari 2012 met mogelijkheid tot verlenging.