Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
):
te voldoen een bedrag in contanten groot twee miljoen zeven honderd zes duizend een honderd vijf en twintig euro (€ 2.706.125,00) zulks te verminderen met het bedrag van de onderbedeling verband houdende met de waarde van de aandelen zijnde vijftig duizend euro (€ 50.000,00);
“Lening B: uiterlijk 1-1-2018 na ontvangst van de aanslag waaruit het te betalen bedrag blijkt. Wanneer de aanslag van de belasting latentie op 1-1-2018 niet is opgelegd komt deze lening te vervallen.”Vervolgens heeft de vrouw de financieringsaanvraag op verzoek van de bank nader onderbouwd op 1 februari 2017. De vrouw heeft deze onderbouwing in hoger beroep overgelegd als productie 15. Uiteindelijk is de definitieve geldleningsovereenkomst gesloten op 20 maart 2017. Daarin is geen melding gemaakt van lening B. Er is aan de vrouw een lening verstrekt van € 5.250.000,-. Navraag door de vrouw bij de bank leerde dat de bank niet bereid was om lening B te verstrekken. In productie 17 valt te lezen dat een medewerkster van de bank, [A] , verklaart dat de lening van € 250.000,- voor de belastinglatentie destijds niet is gefiatteerd en ook niet is uitbetaald.
“de maximale financiering op het hotel en de woning is met de verhoging dit jaar van € 2.386.517,- bereikt.”