ECLI:NL:HR:1999:AA3362
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- raadsheer Neleman
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Van der Putt-Lauwers
- raadsheer Fleers
- raadsheer Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor niet-nakoming door afhankelijke rechtspersoon niet bewezen
In deze civiele zaak vordert eiseres OG betaling van een geldbedrag en schadevergoeding van verweerders NBM en een individuele verweerder, stellende dat laatstgenoemde aansprakelijk is omdat hij namens een afhankelijke rechtspersoon (Cunera) verplichtingen is aangegaan terwijl hij wist of behoorde te weten dat Cunera deze niet zelfstandig kon nakomen.
De zaak kent een lange proceduregeschiedenis, waarbij eerdere vonnissen en arrest van het hof de vorderingen van eiseres afwezen. De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten en concludeert dat het hof terecht heeft geoordeeld dat eiseres onvoldoende concrete feiten heeft gesteld die aantonen dat verweerder wist of behoorde te begrijpen dat Cunera niet zou kunnen voldoen aan haar verplichtingen.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is en dat de enkele stelling dat verweerder op 4 januari 1988 zou hebben erkend dat Cunera financieel zwak was, onvoldoende is om aansprakelijkheid te baseren. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiseres wordt veroordeeld in de kosten.