ECLI:NL:HR:1998:AA2561
Hoge Raad
- Cassatie
- De Moor
- Meij
- Van Vliet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt naheffingsaanslag omzetbelasting over verzendkosten
X B.V. kreeg voor het jaar 1989 een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over onder meer de doorberekende verzendkosten van hard- en software die zij via PTT Post verzond. Na bezwaar werd de aanslag verminderd, maar X B.V. ging in beroep bij het Hof Amsterdam, dat de aanslag bevestigde.
De Hoge Raad beoordeelde in cassatie of de verzendkosten apart van de omzetbelasting konden worden gerekend. Het Hof had geoordeeld dat de verzendkosten een afzonderlijke rechtsverhouding tussen X B.V. en haar klanten vormden, en dat het gehele bedrag inclusief verzendkosten tot de vergoeding in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 behoorde.
X B.V. voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat andere postkosten onder voorwaarden buiten heffing konden blijven, maar het Hof verwierp dit omdat die gevallen gingen over voorgefrankeerde verpakkingen, wat niet vergelijkbaar is met de doorberekening van vrachtkosten.
De Hoge Raad vond geen onjuiste rechtsopvatting in het oordeel van het Hof en verwierp het cassatieberoep. Er werden geen proceskosten aan X B.V. toegekend. Het arrest werd op 26 augustus 1998 uitgesproken door de raadsheren De Moor, Meij en Van Vliet.
Uitkomst: Het cassatieberoep van X B.V. tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting over verzendkosten wordt verworpen.