ECLI:NL:HR:1995:AA3087
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Wildeboer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over heffingsrente bij navorderingsaanslag zonder afwijking van aangifte
Belanghebbende had zijn onderneming per 29 januari 1990 gestaakt en in zijn aangifte inkomstenbelasting over dat jaar een bedrag aan stakingswinst opgegeven met toepassing van het juiste tarief. Door een administratieve intoetsfout werd de stakingswinst echter belast tegen een lager tarief, waardoor te weinig belasting werd geheven. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op en bracht heffingsrente in rekening.
Het Gerechtshof Amsterdam handhaafde de navorderingsaanslag maar vernietigde de beschikking over de heffingsrente, waarna de Staatssecretaris van Financiën cassatie instelde. De Hoge Raad stelde vast dat volgens de wetsgeschiedenis en eerdere jurisprudentie heffingsrente alleen verschuldigd is als de navorderingsaanslag afwijkt van de aangifte en tijdig gedane aanvullingen.
Omdat in deze zaak geen afwijking van de aangifte heeft plaatsgevonden, was de heffingsrente ten onrechte opgelegd. De Hoge Raad vernietigde daarom het oordeel over de heffingsrente en stelde de proceskosten vast conform het Besluit proceskosten fiscale procedures. De uitspraak van het Hof werd vernietigd voor zover het de proceskosten betrof.
Uitkomst: Heffingsrente is ten onrechte geheven omdat de navorderingsaanslag niet afwijkt van de aangifte; proceskosten werden vastgesteld en de uitspraak van het Hof deels vernietigd.