ECLI:NL:HR:1996:AA1853

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 februari 1996
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
30708
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • vice-president Stoffer
  • Zuurmond
  • C.H.M. Jansen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30c Algemene wet inzake rijksbelastingen (oud)Art. 30e lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingenArt. 101a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vernietiging heffingsrentebeschikking navorderingsaanslag 1989

Belanghebbende kreeg een navorderingsaanslag opgelegd over het jaar 1989 met daarbij een beschikking tot heffingsrente van ƒ 1.050,--. Tegen deze beschikking ging belanghebbende in beroep bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage, dat de beschikking vernietigde. De Staatssecretaris van Financiën stelde daarop cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat het cassatiemiddel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte. Vervolgens veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris in de proceskosten van het cassatiegeding, vastgesteld op ƒ 710,-- voor rechtsbijstand, en legde een griffierecht van ƒ 300,-- op, waarvan een deel werd verrekend met eerder betaalde kosten voor vervanging van de mondelinge uitspraak. Het arrest werd op 7 februari 1996 in het openbaar uitgesproken door de genoemde raadsheren en de waarnemend griffier.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 september 1994 betreffende na te melden ten aanzien van X te Z gegeven beschikking als bedoeld in artikel 30e, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
1. Beschikking en geding voor het Hof Aan belanghebbende is over het bedrag van een haar over het jaar 1989 opgelegde navorderingsaanslag in de premieheffing volksverzekeringen bij beschikking van de Inspecteur heffingsrente in rekening gebracht ten bedrage van ƒ 1.050,--. Belanghebbende is tegen die beschikking in beroep gekomen bij het Hof. Het Hof heeft de beschikking vernietigd.
2. Geding in cassatie De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel van cassatie voorgesteld. Belanghebbende heeft een vertoogschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 101a van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (HR 1 november 1995, nr. 30 720, Vakstudie Nieuws 1995, blz. 3934 e.v.).
4. Proceskosten De Hoge Raad acht termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als hierna vermeld.
5. Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op ƒ 710,-- ter zake van beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is op 7 februari vastgesteld door de vice-president Stoffer als voorzitter, en de raadsheren Zuurmond en C.H.M. Jansen, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier Reijngoud en op die datum in het openbaar uitgesproken.
Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van ƒ 300,--. Met dit bedrag wordt verrekend het bedrag van ƒ 150,-- dat bij het Hof is betaald voor de vervanging van de mondelinge uitspraak, zodat nog resteert te betalen ƒ 150,--.