ECLI:NL:GHARN:2007:BC0248
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdige uitspraak bezwaar en heffingsrente naheffingsaanslagen
Belanghebbende, bestaande uit fiscale eenheid X1 B.V. en X2 B.V., kreeg naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd over de jaren 2000 tot en met 2002, met daarbij boetes en heffingsrente. Na het indienen van bezwaarschriften en het uitblijven van tijdige uitspraak, stelde belanghebbende beroep in bij de Rechtbank Arnhem. De Rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen de inhoudelijke uitspraken op bezwaar af.
Belanghebbende stelde hoger beroep in bij het Gerechtshof Arnhem. Het Hof oordeelde dat het hoger beroepschrift aanvankelijk niet voldeed aan de vereisten, maar dat dit verzuim was hersteld. Het Hof bevestigde dat het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak terecht niet-ontvankelijk was verklaard, omdat belanghebbende geen belang meer had bij die procedure nu de Inspecteur alsnog uitspraak had gedaan.
Verder wees het Hof het verweer van belanghebbende af dat onterecht heffingsrente was berekend. De naheffingsaanslagen waren gebaseerd op suppletieaangiften die na de wettelijke termijn waren ingediend, en een verleend uitstel voor vennootschapsbelasting had geen invloed op de verschuldigdheid van heffingsrente voor omzetbelasting. Het Hof veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende en bevestigde de uitspraak van de Rechtbank.
Uitkomst: Het Gerechtshof Arnhem bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar en verklaart het hoger beroep tegen de heffingsrente ongegrond.