ECLI:NL:HR:1975:AC5560
Hoge Raad
- Cassatie
- Hollander
- Ras
- Minkenhof
- Drion
- Köster
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor overlijden door aanrijding met hartpatiënt ondanks uitzonderlijk causaal verband
In deze zaak stond centraal of de bestuurder van een tractor aansprakelijk was voor het overlijden van een bromfietser met een hartafwijking, die na een aanrijding overleed. De rechtbank had de vordering van de verzekeraar afgewezen omdat het overlijden niet voldoende voorzienbaar werd geacht, mede omdat het slachtoffer leed aan coronaire trombose en het overlijden door emotie als uitzonderlijk werd beschouwd.
Het Gerechtshof bevestigde dit oordeel en baseerde zich op deskundigenrapporten waarin werd gesteld dat het overlijden zelden voorkomt na een dergelijke aanrijding bij een hartpatiënt. Het hof vond dat daardoor geen schuld van de bestuurder kon worden aangenomen.
De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof een onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd door te eisen dat het overlijden voor de bestuurder voorzienbaar moest zijn. Voldoende is dat de bestuurder rekening had moeten houden met het mogelijk dodelijke gevolg van zijn onrechtmatige gedraging. Het hof had moeten onderzoeken of de bestuurder er rekening mee had kunnen houden dat zijn fout een dodelijk ongeval kon veroorzaken.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling, met inachtneming van dit arrest. Het incidentele beroep werd verworpen en de kosten werden aan de verweerders opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest dat aansprakelijkheid afwees en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van aansprakelijkheid en schade.