ECLI:NL:PHR:1975:AC5560
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor overlijden door aanrijding ondanks uitzonderlijk karakter van overlijden
Op 25 november 1965 werd betrokkene 2 aangereden door een tractor bestuurd door erflater, die geen voorrang verleende op een voorrangsweg. Betrokkene 2 overleed diezelfde dag aan een hartafwijking. De Centrale Werkgevers Risicobank vorderde schadevergoeding wegens aansprakelijkheid van erflater.
De rechtbank en het hof oordeelden dat erflater schuld had aan de aanrijding, maar dat hij niet aansprakelijk was voor het overlijden omdat dit een uitzonderlijk en niet voorzienbaar gevolg was. De Hoge Raad stelt dat voor aansprakelijkheid voldoende is dat de aanrijding aan de schuld van erflater te wijten is en dat betrokkene 2 als gevolg daarvan is overleden.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie dat ook bij ongewone gevolgen van een onrechtmatige daad aansprakelijkheid bestaat, tenzij bijzondere omstandigheden het verband verbreken. Het hof heeft het vereiste van schuld aan het overlijden onterecht gesteld. Het cassatieberoep wordt verworpen omdat dit niet expliciet als grond is aangevoerd, maar de Hoge Raad bevestigt de aansprakelijkheid van erflater voor de schade door het overlijden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat erflater aansprakelijk is voor de schade door het overlijden als gevolg van de aanrijding.