ECLI:NL:GHSHE:2020:309
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling activering en afschrijving softwaretool in belastingzaken
Belanghebbende ontwikkelde in de jaren negentig een softwaretool die in 2012 opbrengsten genereerde. Hij wilde een afschrijving van € 100.000 toepassen, maar de Inspecteur corrigeerde dit naar € 5.000. De kern van het geschil was of belanghebbende arbeid had verricht in de zin van artikel 22, lid 1, letter b, Wet IB 1964, en tegen welke waarde de tool geactiveerd moest worden.
Het hof oordeelde dat belanghebbende inderdaad arbeid had verricht, omdat de activiteiten in het economische verkeer plaatsvonden en gericht waren op het behalen van een geldelijk voordeel. Hierdoor moest de tool worden geactiveerd tegen aanschaffings- en voortbrengingskosten van € 5.000. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding toegekend door de Hoge Raad, maar deze was niet tijdig betaald. Het hof veroordeelde de Inspecteur tot betaling van wettelijke rente over deze vergoeding vanaf vier weken na de uitspraak van de Hoge Raad tot het moment van betaling.
De uitspraak bevestigt eerdere beslissingen van rechtbank en gerechtshof en verduidelijkt de toepassing van het begrip arbeid in het kader van de Wet IB 1964 bij activatie van immateriële activa.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de Inspecteur moet wettelijke rente over de proceskostenvergoeding betalen.