ECLI:NL:GHSHE:2020:1648
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Weigering gemachtigde wegens structureel beledigend taalgebruik in belastingzaken
In deze bestuursrechtelijke zaken inzake belastingheffing, met name BPM, trad [gemachtigde] namens [B BV] en [C BV] op als gemachtigde. Het hof constateerde dat processtukken van [gemachtigde] herhaaldelijk grievende en beledigende opmerkingen bevatten gericht aan rechterlijke ambtenaren en colleges.
Ondanks waarschuwingen en verzoeken om deze taal te matigen of terug te nemen, volhardde [gemachtigde] in zijn onaanvaardbare uitingen. Het hof oordeelde dat dit gedrag de goede procesorde ernstig verstoort en ook nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen van de vertegenwoordigde partijen.
Op grond van artikel 8:25 Awb Pro weigerde het hof [gemachtigde], [B BV] en [C BV] nog langer als gemachtigde op te treden in de onderhavige procedures. Het recht op toegang tot de rechter blijft gewaarborgd, maar de bijstand door deze gemachtigde wordt ontzegd om de orde en het respect in de procedure te waarborgen.
Belanghebbenden krijgen de gelegenheid binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen. De beslissing is een tussenuitspraak en kan pas in cassatie worden aangevochten samen met de einduitspraak.
Uitkomst: Het hof weigert gemachtigde en diens vennootschappen als vertegenwoordiger wegens structureel beledigend taalgebruik en biedt belanghebbenden de mogelijkheid een andere gemachtigde aan te wijzen.