Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
2 Het geding in hoger beroep
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling
.Die zorgplicht behelst onder meer dat ABN AMRO vooraf naar behoren onderzoek moet doen naar de financiële mogelijkheden, de deskundigheid en doelstellingen van de cliënt en dat zij hem dient te waarschuwen voor bijzondere risico's die aan een voorgenomen of toegepaste constructie zijn verbonden, alsook voor het feit dat een door hem voorgenomen op toegepaste (beleggings-)strategie niet past bij zijn financiële mogelijkheden of doelstellingen, zijn risicobereidheid of zijn deskundigheid (HR 3 februari 2012, BU4914). De omvang van deze bijzondere zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder de mate van deskundigheid en relevante ervaring van de desbetreffende wederpartij, de complexiteit van het product en de daaraan verbonden risico's.
“[medewerker ABN Amro] heeft benadrukt dat in geval van tussentijdse aflossing van de onderliggende 10-jarige lening, ook de renteswap zou worden ontbonden en dat dit kosten met zich zou kunnen meebrengen” en “Het is niet aan de Bank te wijten dat Holding Westkant haar onderliggende lening tussentijds heeft afgelost, als gevolg waarvan ook de renteswap dient te worden ontbonden”).
“terzake van een door haar gestelde aanspraak uit hoofde van een renteswap”en dat daarvoor een bedrag van € 60.000,00 in depot wordt gestort op de kwaliteitsrekening van de notaris. Indien het hier niet zou gaan om een vordering uit hoofde van de beëindigde renteswapovereenkomst valt, zonder nadere toelichting die ontbreekt, ook niet te begrijpen waarom ABN AMRO reeds op 23 april 2010 een aanspraak zou hebben uit hoofde van een niet beëindigde renteswap. Bovendien moest door Westkant een bedrag van € 60.000,00 worden gedeponeerd, welk bedrag gelijk was aan het eerder door ABN AMRO in haar brief van 27 oktober 2009 geschatte bedrag ter zake de beëindiging van de renteswap.