ECLI:NL:GHSHE:2011:BT6830
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.A.M. Pijnenburg
- P. Fortuin
- A.O. Lubbers
- Rechtspraak.nl
Hof vernietigt naheffingsaanslag wegens ontbreken van juiste bekendmaking
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2006, die volgens de inspecteur op 23 februari 2009 was verzonden. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het buiten de wettelijke termijn was ingediend. Belanghebbende stelde echter dat hij de aanslag nooit had ontvangen en dat de bekendmaking niet had plaatsgevonden, waardoor de bezwaartermijn niet was aangevangen.
Het hof oordeelde dat de inspecteur niet had voldaan aan zijn bewijslast om aan te tonen dat de aanslag op de voorgeschreven wijze was bekendgemaakt. De inspecteur had geen afschrift van de aanslag overgelegd en de ambtsedige verklaring over de verzending was onvoldoende onderbouwd. De aanmaning die belanghebbende ontving, kon niet gelijk worden gesteld met een correcte bekendmaking van de aanslag.
Gelet op artikel 3:40 Awb Pro geldt dat besluiten pas werken vanaf het moment van bekendmaking. Hoewel artikel 1, lid 2, Invorderingswet 1990 een uitzondering op dit artikel bevat, oordeelde het hof dat deze uitzondering niet mag leiden tot het in werking treden van een aanslag zonder juiste bekendmaking, omdat dit in strijd is met het recht op effectieve betwisting onder het EVRM.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het bezwaar ontvankelijk en gegrond, en bepaalde dat de naheffingsaanslag, boetebeschikking en heffingsrentebeschikking uit het systeem van de rijksbelastingdienst moeten worden verwijderd. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De naheffingsaanslag, boetebeschikking en heffingsrentebeschikking zijn vernietigd wegens ontbreken van correcte bekendmaking.