ECLI:NL:HR:2000:AA5141
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van Brunschot
- Van Vliet
- Van Amersfoort
- Lourens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar vennootschapsbelasting 1993
Belanghebbende kreeg voor 1993 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd met een verhoging wegens niet tijdige aangifte. Het bezwaar werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard en het hof bevestigde dit oordeel. In cassatie stelt belanghebbende dat het aanslagbiljet niet op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt, waardoor de bezwaartermijn niet juist is aangevangen.
De Hoge Raad overweegt dat het hof aannam dat belanghebbende rond 4 oktober 1996 door een notariskantoor op de hoogte was gesteld van de aanslag, maar dat niet is gebleken dat het aanslagbiljet zelf of een afschrift daarvan is ontvangen. Hierdoor is de bezwaartermijn niet juist gestart. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het Gerechtshof te ’s-Gravenhage voor verdere behandeling.
Daarnaast wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep en wordt belanghebbende het betaalde griffierecht vergoed. De zaak hangt samen met een andere procedure, waarvoor het verwijzingshof zal beoordelen of belanghebbende een vergoeding voor de kosten van het hofprocedure toekomt.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het gerechtshof.