Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 5 maart 2024
de erfgenamen van [X] (erflater) te [Z] , belanghebbenden,
Procesverloop
Vaststaande feiten
€ 9.300.
Oordeel van de rechtbank
Op de zaak betrekking hebbende stukken
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft een hoger beroep van de erfgenamen van de oorspronkelijke eigenaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van een woning gelegen in een buitengebied langs een dijk. De heffingsambtenaar stelde de waarde voor het jaar 2020 vast op €430.000, later bij bezwaar verlaagd naar €383.000. De rechtbank vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het hof bevestigt nu deze waarde.
De heffingsambtenaar gebruikte een methode van systematische vergelijking met vijf vergelijkingsobjecten, waarbij rekening werd gehouden met verschillen in ligging, kwaliteit, onderhoud en grondoppervlakte. De erfgenamen konden het perceel niet toegankelijk maken voor onderzoek, waardoor geen aanvullend bewijs kon worden verzameld. Diverse bezwaren van de erfgenamen, waaronder de waardering van garages, cultuurgrond en vergelijkingsobjecten, werden door het hof ongegrond verklaard.
Het hof oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. De gebruikte vergelijkingsobjecten zijn representatief en de correcties passend. De procedurekosten worden niet toegewezen. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €383.000 en verklaart het hoger beroep ongegrond.