Uitspraak
2.Inkomstenbelasting
3.Boete
- Voor het jaar 2015: 19 stortingen voor in totaal € 19.820
- Voor het jaar 2016: 64 stortingen voor in totaal € 65.280
- Voor het jaar 2017: 56 stortingen voor in totaal € 55.005
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende is navorderingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd over de jaren 2014 tot en met 2017 vanwege niet aangegeven winstuitdelingen afkomstig van kasstortingen op zijn privébankrekening. De Inspecteur stelde vast dat deze kasstortingen niet in de administratie van de vennootschap waren verantwoord en dat sprake was van een vermogensverschuiving van de vennootschap naar belanghebbende.
De Rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslagen en vergrijpboetes terecht waren opgelegd, met een vermindering van de boetes wegens overschrijding van de redelijke termijn. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat geen nieuw feit was vastgesteld en dat de boetes onterecht waren opgelegd.
Het Hof overwoog dat de kasstortingen op de privébankrekening een nieuw feit vormden dat navordering rechtvaardigt. Tevens werd vastgesteld dat sprake was van dubbele bewustheid en dat belanghebbende als medebestuurder en medeaandeelhouder zich bewust moest zijn van de vermogensverschuiving. Het Hof verwierp de stellingen van belanghebbende over gokwinsten en opgespaarde middelen als onvoldoende onderbouwd.
Verder oordeelde het Hof dat de Inspecteur overtuigend had aangetoond dat belanghebbende voorwaardelijk opzet had met betrekking tot het niet aangeven van deze inkomsten, en dat de opgelegde vergrijpboetes passend en geboden waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en vergrijpboetes over 2014-2017 worden bevestigd wegens niet aangegeven winstuitdelingen en voorwaardelijk opzet.