ECLI:NL:GHDHA:2021:1367
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- H.A.J. Kroon
- I. Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Bevestiging box 3-heffing 2017 en 2018 zonder individuele en buitensporige last
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de box 3-heffing over de jaren 2017 en 2018, stellende dat de forfaitaire rendementsheffing in strijd is met artikel 1 en Pro 14 EVRM en dat sprake is van een individuele en buitensporige last. De Rechtbank Den Haag wees het beroep af, stellende dat het forfaitaire inkomen geacht wordt genoten te zijn en dat belanghebbende niet zwaarder wordt getroffen dan vergelijkbare belastingplichtigen.
In hoger beroep handhaafde het Gerechtshof dit oordeel. Het hof overwoog dat belastingheffing als regulering van eigendom een redelijke verhouding moet hebben tot het algemeen belang en dat een individuele en buitensporige last alleen kan worden aangenomen bij bijzondere omstandigheden, zoals een inkomen onder de armoedegrens of interen op vermogen om belasting te betalen.
Belanghebbende beschikte over een substantieel inkomen en vermogen, en er was geen bewijs dat hij op zijn vermogen moest interen om de belasting te voldoen. Ook werden geen schendingen van algemene beginselen van behoorlijk bestuur vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraken van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de box 3-heffing bevestigd.