ECLI:NL:GHDHA:2020:2863
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- J.T. Sanders
- U.E. Tromp
- W.M.G. Visser
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vermindering aanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen 2013 en 2014 met matiging vergrijpboete
Belanghebbende was in hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake de aanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen (IB/PVV) en de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2013 en 2014, alsmede de opgelegde vergrijpboete voor 2014. De Rechtbank had de aanslagen verminderd en de boete gematigd tot 36% van de boetegrondslag, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De Inspecteur had de aanslagen gebaseerd op een informatiebeschikking en schattingen van het inkomen van belanghebbende, die was veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie gericht op hennepteelt. De Rechtbank oordeelde dat de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een redelijke schatting van het inkomen, waardoor de aanslagen moesten worden vastgesteld op basis van een modaal inkomen.
In hoger beroep betwistte belanghebbende dat de aanslagen terecht waren vastgesteld en dat de boete terecht was opgelegd. Het Hof concludeerde dat de Rechtbank op goede gronden had geoordeeld, dat de bewijslastverdeling en de matiging van de boete juist waren toegepast en dat de aanslagen en boete terecht waren verminderd.
Het Hof wees het hoger beroep van belanghebbende af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak bevestigt daarmee de Rechtbankuitspraak en sluit het hoger beroep af.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de vermindering van de aanslagen en matiging van de vergrijpboete tot 36% van de boetegrondslag en wijst het hoger beroep af.