Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 9 juni 2020
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie en Veiligheid),
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“op zichzelf bekeken op dat moment nog niet direct tot schade zouden hoeven te leiden”(memorie van grieven onder 20).
“voldoende zekerheid” – die niet een absolute zekerheid hoeft te zijn – heeft verkregen dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken (rechts)persoon, ziet op het geval waarin onduidelijkheid bestaat over de (feitelijke) oorzaak van de schade en niet op de vraag of de veroorzakende gedraging onrechtmatig is. Zoals hierboven reeds overwogen hangt de aanvang van de verjaringstermijn niet af van de daadwerkelijke bekendheid van de benadeelde met de juridische beoordeling van de feiten en omstandigheden. Zoals de rechtbank overigens terecht heeft overwogen blijkt uit het feit dat [appellant ] in januari 2008 bezwaar heeft gemaakt tegen het boetebesluit van de Arbeidsinspectie dat hij van mening was dat de gehanteerde constructie legaal was en heeft [appellant ] in zijn vrijspraak op 7 september 2012 een bevestiging kunnen vinden van zijn overtuiging dat hem geen strafrechtelijk verwijt kon worden gemaakt.