ECLI:NL:GHARN:2012:BW0450
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.P.M. Kooijmans
- R.A.V. Boxem
- S.C.W. Douma
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag BPM onterecht opgelegd vóór registratie en integrale proceskostenvergoeding toegekend
Belanghebbende deed aangifte BPM voor een gebruikte BMW en betaalde een bedrag van €7.540. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag van €1.356 op, die belanghebbende samen met de aangifte betaalde. De Rechtbank vernietigde de naheffingsaanslag en kende een forfaitaire proceskostenvergoeding toe. De Inspecteur stelde hoger beroep in, belanghebbende incidenteel.
Het geschil betrof de vraag of de naheffingsaanslag terecht was opgelegd vóór de registratie van het voertuig en de juiste hoogte van de BPM. Het Hof oordeelde dat de naheffingsaanslag niet eerder mag worden opgelegd dan op het moment van registratie, omdat de BPM pas dan materieel verschuldigd is. Daarnaast gaf het Hof meer waarde aan het taxatierapport van belanghebbende dan aan het XRAY inruilwaardesysteem voor de waardebepaling van de auto.
Ten aanzien van de proceskosten oordeelde het Hof dat de werkwijze van de Inspecteur onrechtmatig was omdat de naheffingsaanslag werd opgelegd voordat de BPM materieel verschuldigd was. Daarom was er grond voor een integrale proceskostenvergoeding, die werd vastgesteld op €9.104,50 exclusief BTW. Het hoger beroep van de Inspecteur werd ongegrond verklaard, het incidentele hoger beroep van belanghebbende gegrond voor het proceskostenonderdeel.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM is onterecht vóór registratie opgelegd en belanghebbende krijgt een integrale proceskostenvergoeding van €9.104,50 exclusief BTW.