Uitspraak
de Gemeente
1.[naam1]
[naam1]
[naam2]
[naam2]
[naam3]
[naam3] ,
[naam4]
[naam4]
[naam5]
[naam5]
[naam6]
[naam6]
[naam7]
[naam7]
:eisers
de Agrariërs
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 16 juli 2024;
- de memorie van grieven van 14 januari 2025;
- de memorie van antwoord van 20 mei 2025;
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 11 december 2025 is gehouden. Ter gelegenheid daarvan hebben de Agrariërs nog een productie in het geding gebracht.
2.De kern van de zaak
3.De relevante feiten
- als uitgangspunt geldt dat in ieder geval een oppervlakte van tenminste 50 hectare Nieuwe Natuur gerealiseerd wordt;
- het agrarisch bedrijf aan de [adres1] als ruilbedrijf aan de Gemeente is toegewezen waaraan een waarde is toegekend van € 4.500.000 en dat dit bedrag in die vorm maximaal is toegewezen als bijdrage in de verwerving van 50 hectare natuurgrond. Er worden geen verdere financiële middelen beschikbaar gesteld voor grondverwerving;
- daarnaast is een bedrag van maximaal € 750.000 toegewezen als bijdrage in de inrichtingskosten voor de realisatie van 50 hectare Nieuwe Natuur en een bedrag van maximaal € 150.000 als bijdrage in de kosten voor het beheer gedurende een periode van 10 jaren.
4.De toelichting op de beslissing van het hof
- Deelnemers moesten beschikken over grond. Daaraan voldoen alle Agrariërs, behalve [naam3] , maar zijn vordering is hiervoor al om andere redenen afgewezen;
- Het Project moest leiden tot de vorming van tenminste 50 hectare nieuwe natuur;
- De beschikbare middelen waren beperkt tot wat door de Provincie ter beschikking was gesteld (zie hiervoor onder 3.4);
- Het Project voorzag alleen in ruil op vrijwillige basis. Dit komt erop neer dat als een Betrokkene plannen had die alleen te realiseren waren als (een) naburige grondgebruiker(s) ook meedeed/deden, maar die niet mee wilde(n) doen, een dergelijk voorstel niet voor deelname in aanmerking kwam.