[appellanten] hebben bij de rechtbank, samengevat en vereenvoudigd
weergegeven, gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
I. voor recht te verklaren dat Kaan en FD Bouw toerekenbaar tekortgeschoten zijn in
de nakoming van de aannemingsovereenkomst en de driepartijenovereenkomst met
[appellanten] , in welk kader Kaan en FD Bouw hoofdelijk aansprakelijk zijn jegens
[appellanten] , dat Kaan voorts aansprakelijk is voor het onrechtmatig handelen van
haar kant jegens [appellanten] , dat Kaan en FD Bouw in verzuim zijn geraakt en ten
slotte dat Kaan en FD Bouw hoofdelijk gehouden zijn tot vergoeding van de hierdoor
door [appellanten] geleden schade;
II. voor recht te verklaren dat [appellanten] de onder I. bedoelde overeenkomsten op
goede gronden hebben ontbonden, althans dat de rechtbank deze overeenkomsten bij
vonnis ontbindt, zulks gedeeltelijk, in die zin dat de overeenkomsten in stand worden
gelaten voor zover zij zien op al uitgevoerd werk (en betalingen die hieraan
toegerekend kunnen worden voor zover het uitgevoerde werk de betalingen
rechtvaardigde), maar worden ontbonden ten aanzien van:
bouwtermijnen met de koopsom van de verkochte (appartementsrechten
op) achttien andere bouwkavels (terwijl overigens de koopovereenkomst
en de verbondenheid van Kaan daaraan krachtens de driepartijenovereenkomst
en de daarbij gemaakte afspraak dat deze registergoederen
aan Kaan en FD Bouw ieder voor de onverdeelde helft worden geleverd,
door deze ontbinding niet worden getroffen)
en dat Kaan en FD Bouw hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de ten gevolge van deze
ontbinding door [appellanten] geleden en nog te lijden schade en dat ter zake deze
ontbinding geen ongedaanmakingsverbintenissen of verbintenissen tot
schadevergoeding op [appellanten] rusten;
III. voor recht te verklaren dat [appellanten] ook de overeenkomst betreffende de verkoop
en levering van de achttien bouwkavels op het recreatiepark op goede gronden hebben
ontbonden, althans dat de rechtbank deze bij vonnis geheel ontbindt, alsmede dat
Kaan en FD Bouw hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de ten gevolge van deze
ontbinding door [appellanten] geleden en nog te lijden schade (en de schade ter zake
de niet-nakoming en dat Kaan voorts uit hoofde van onrechtmatige daad
aansprakelijk is) en dat ter zake deze ontbinding geen
ongedaanmakingsverbintenissen of verbintenissen tot schadevergoeding op
[appellanten] rusten;
IV. Kaan en FD Bouw hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [appellanten] van een
bedrag van € 373.005,-, te vermeerderen met wettelijke rente;
V. Kaan en FD Bouw hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [appellanten] van een
bedrag van € 48.400,-, te vermeerderen met wettelijke rente;
VI. Kaan en FD Bouw - ter zake hetgeen naar aanleiding van het gevorderde onder I., II.
en III. wordt beslist - hoofdelijk te veroordelen tot betaling van schadevergoeding
aan [appellanten] (voor zover nog niet begrepen in het gevorderde onder IV.), op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;
VII. Kaan en FD Bouw hoofdelijk te veroordelen tot betaling van een bedrag van
€ 3.883,53 aan vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen
met wettelijke rente;
VIII. Kaan en FD Bouw te veroordelen in de kosten van de gelegde beslagen, te
vermeerderen met wettelijke rente;
IX. Kaan en FD Bouw te veroordelen in de proceskosten en de nakosten, te
vermeerderen met wettelijke rente.