Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[woonplaats](hierna: belanghebbende)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd wegens het ontbreken van een geldig parkeerkaartje. Na diverse procedures bij de rechtbank werd de naheffingsaanslag gehandhaafd en werd een vergoeding voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend van € 200.
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze beslissing en vorderde een hogere vergoeding van € 500 per half jaar, vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het hof oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een te laag forfaitair bedrag hanteerde en dat de vergoeding moest worden vastgesteld op € 2.000, conform de jurisprudentie van de Hoge Raad.
Daarnaast werd geoordeeld dat belanghebbende recht heeft op vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten, omdat de overschrijding van de redelijke termijn aan de zijde van de Staat ligt en het verzoek tot vergoeding van immateriële schade tijdig was ingediend.
Het hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep ongegrond, maar veroordeelde de Staat tot betaling van de hogere immateriële schadevergoeding, griffierecht en proceskosten, met wettelijke rente.
De uitspraak werd gedaan door het hof Arnhem-Leeuwarden op 28 januari 2025.
Uitkomst: Het hof verhoogt de immateriële schadevergoeding tot € 2.000 en veroordeelt de Staat tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.