Uitspraak
[appellant],
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerden]en ieder afzonderlijk
[geïntimeerde1]en
[geïntimeerde2],
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
De kern van de zaak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak vordert appellant de aanwijzing van een noodweg over het perceel van geïntimeerden om zijn achtergelegen weiland te bereiken. Appellant houdt hobbymatig paarden en wil landbouwvoertuigen kunnen gebruiken voor onderhoud van het weiland. De rechtbank wees de vordering af, en appellant stelde hoger beroep in.
Het hof overweegt dat het weiland een agrarische bestemming heeft, maar slechts circa een halve hectare groot is en gebruikt wordt voor hobbymatig paardenhouden. Het pad op het eigen perceel van appellant is smal (2,90 meter), maar geïntimeerden stellen dat kleinere landbouwmachines voldoende zijn voor een normale exploitatie. Appellant heeft onvoldoende gemotiveerd dat het gebruik van kleiner materieel onmogelijk is of dat het verschil in kosten voor hooi een normale exploitatie belemmert.
Verder is appellant niet voldoende in staat gesteld om zelf de voorwaarden voor normale exploitatie te creëren, bijvoorbeeld door aanpassing van zijn tuin. Ook het vervallen van een oude erfdienstbaarheid maakt geen verschil. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt appellant tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot aanwijzing van een noodweg over het perceel van de buren wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.