Belanghebbende B.V. maakte bezwaar tegen de geheven belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) over een Audi A3 Limousine met een CO2-uitstoot van 114 gr/km. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, kende een vergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en wees proceskosten en griffierecht toe.
In hoger beroep stelde belanghebbende meerdere formeelrechtelijke grieven aan de orde, waaronder de bevoegdheid van nationale rechters om Unierecht uit te leggen, de rechtmatigheid van vooraf geheven griffierechten, de waardering van de auto als ex-rental en de CO2-uitstoot als variabele voor BPM-heffing. Tevens werd de proceskostenvergoeding betwist.
Het hof verwierp alle grieven. Nationale rechters mogen het Unierecht uitleggen en prejudiciële vragen stellen; vooraf geheven griffierechten vormen geen onoverkomelijk obstakel; de auto is niet als ex-rental aangemerkt; de CO2-uitstoot van de geregistreerde auto is bepalend; en de forfaitaire proceskostenregeling voldoet aan het Unierecht. De door de rechtbank toegekende bezwaarkostenvergoeding blijft gehandhaafd.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht en proceskosten in hoger beroep.