In deze zaak gaat het om een geschil tussen Fa. Pannekoek en Achmea Schadeverzekeringen over schadevergoeding na een uitbraak van de bacterie pseudomonas in de orchideeënkwekerij van Pannekoek. De directe gewasschade was door een bindend adviseur vastgesteld, maar Pannekoek vordert ook vergoeding van teeltplanschade en gevolgschade door de trage schadeafhandeling.
Het hof stelt vast dat de bindend adviseur alleen directe gewasschade heeft vastgesteld en dat de teeltplanschade als gevolg van de bacterie-uitbraak en de noodzakelijke wijziging van het teeltplan nog beoordeeld moet worden. Achmea heeft de schadevaststelling en het dekkingsbesluit te laat genomen, waardoor Pannekoek ernstige liquiditeitsproblemen kreeg.
Het onderzoek door Achmea en haar experts was onvoldoende voortvarend en professioneel, wat de belangen van Pannekoek schaadde. Het hof oordeelt dat Achmea op grond van polisvoorwaarden binnen drie maanden na schademelding tot een definitieve schadevaststelling had moeten komen.
Het hof bepaalt een meervoudige comparitie om nader onderzoek te doen naar de regievoering van het onderzoek en de omvang van de teeltplanschade, en houdt verdere beslissing aan. De zaak wordt voorbereid op een zitting waarbij ook een minnelijke regeling wordt nagestreefd.